De bouw van de gashouder.
In het midden van de 19e eeuw werd het gebruik van gas meer en meer toegepast. Ook in de Zaanstreek.
Een primaire behoefte was de verbetering van de straatverlichting, want olielantaarns voldeden langzamerhand niet meer.
Zaandam kreeg in 1859 een gasfabriek, Krommenie in 1862, Wormerveer in 1863, dus kon Oostzaan uiteraard niet achterblijven.
Maar daar ging nog een tijdje overheen.
In 1911 (jawel, een halve eeuw later) werd er een commissie benoemd die maatregelen moest nemen tot het voorbereiden van een betere straatverlichting. Op 24 december 1911 besloot de Gemeenteraad, in vergadering bijeen zoals dat heet, tot het exploiteren van een eigen gasfabriek, welke aan het Weerpad (thans Kerkstraat) zou komen te staan.
Deze gasfabriek werd gebouwd en werd in 1913 in gebruiik genomen

De gasfabriek werd op 11 februari officieel in bedrijf genomen en in de Zaansche Courant kunnen we lezen dat de Burgemeester een toespraak hield waarin hij de hoop uitsprak ''dat de fabriek moge bloeien tot heil van de bewoners". Hierna werd door de voorzitter van de commissie de automatische verlichting ontstoken. Daarna werd door het fanfarecorps Excelsior eenige nummers geblazen, wat ten gevolge had dat een groote menigte toeschouwers in de nabijheid van de fabriek aanwezig was. Hierna verlieten de vertegenwoordigers van de Gemeente het terrein om in het Gemeentehuis een wijle te vertoeven, ter bezichtiging van de nieuwe gaskroon, welke deze avond voor 't eerst ontstoken werd.
Kolenopslag, woonhuis en gashouder
De eerste jaren gingen voorspoedig voor de Gasfabriek.
Maar in 1916 kwamen er problemen. Ten eerste was er de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) die parten speelde met betrekking tot de aanvoer van kolen, en ten tweede was er de Watersnood van 1916.
Verder was er een toenemende aantasting door veenzuur van de ijzeren buizen waar het gas door werd getransporteerd, en tot overmaat van ramp kwam er water in de buizen waardoor de vlammen op komforen gingen dansen of soms helemaal verdwenen.
Het kostte veel moeite om de gastoevoer op peil te houden, en toen op enig moment de gashouder lek raakte was de ramp niet te overzien
Oostzaan zat duidelijk in de problemen en met een scheef oog keek men naar grote buur Zaandam.
De directeurswoning tijdens de Waterrsnood van 1916
Halverwege 1920 gingen de burgemeester van Oostzaan en de directeur van de Gasfabriek in Zaandam om de tafel zitten om eens te overleggen hoe het Oostzaanse gasprobleem opgelost zou kunnen worden.
En dat ging niet een-twee-drie...want Oostzaners houden liever hun broek op met hun eigen bretels......
Het duurde tot 11 februari 1931 dat B en W van Oostzaan besloot om de gasvoorziening aan Zaandam over te dragen, en op 6 september 1931 werd in Oostzaan de kraan dichtgedraaid en werd de gasvoorziening vanuit Zaandam betrokken
Bij de Zuiddijk in Zaandam werd een gebouwtje geplaatst waarin twee electrisch aangedreven compressoren de gasdruk naar Oostzaan op peil hielden. elk met een capaciteit van 200 M3 per uur.
Opa Hesselingen werd opzichter speciaal belast met toezicht op de gastoevoer naar Oostzaan en meteropnemer J.Lust kwam in dienst van Zaandam en bleef in Zaandamse dienst meters opnemen in Oostz
M'neer Esselingen !!
Bij de Gasfabriek werkte ook ene meneer Thijsse. Deze meneer Thijsse kwam uit het Oosten des lands en had het soms wel eens moeilijk met de in Oostzaan gangbare taal.
Nu was het tijdens de watersnood van 1916 dat Opa en Opoe beneden sliepen in plaats van boven (vraag me niet waarom).
Toen op een nacht het water weer wat hoger kwam was dit voor meneer Thijsse een reden om zich midden in de nacht naar de Gasfabriek te begeven om daar op het raam te bonzen teneinde zijn baas hierop opmerkzaam te maken.
Dit geschiedde door het uitroepen van de woorden : M'neer Esselingen m'neer Esselingen. het water kumt weer heuger !!!
Nou was opa de rust en kalmte zelf - een man die niet gauw in paniek raakte.
Ook nu niet.
In zijn bed liggend stak hij zijn arm over de rand, voelde niets en gaf toen als antwoord : 'Valt wel mee Thijsse, ik voel er nog niets van'.
En is daarna rustig verder gaan slapen.

Langs het Weerpad wordt een geul gegraven waarin de buis komt te liggen welke de gastoevoer vanuit Zaandam regelt.
Door toeschouwers en gravers worst aandachtig naar de fotograaf gekeken, terwijl op de achtergrond een T-Ford nadert.
Gashouder en gebouwen hebben er nog lang gestaan Pas in 1968 werd de fabriek gesloopt en kwam er een garage bedrijf van Welgraven. Maar anno 1997 heeft ook Welgraven dit terrein verlaten en is er een moderne brandweerkazerne geplaatst.
Voor dat met de bouw van de brandweerkazerne kon worden begonnen moest eerst de grond gereinigd worden. De gasfabriek had begrijpelijk haar 'vuile' sporen achtergelaten, want bij kolen vergassing kwamen sintels, en koolteer vrij en als restproduct uiterst gifitige cyanide.
Een gespecialiseerd bedrijf werd aangetrokken om de vervuilde grond af te graven en af te voeren. Het terrein werd daarna bedekt met een verse laag schoon zand waarna de bouw van de brandweerkazerne kon beginnen.
Brand in het stookhok
Een gashouder was een soort van rechtopstaande trommel waarin het door verbranding gewonnen gas werd opgeslagen. Deze trommel (de gashouder) dreef in een grote ronde bak waarion water zat.
Om bevriezing van dit water in de winter tegen te gaan werd het water dan verwarmd vanuit een stookhok (zal wel gasverwarming zijn geweest).
Op een goede dag komt de heer Thijsse aangesneld met de mededeling : M'neer Esselingen, m'neer Esselingen, het stookhok staat in brand.
Opa, de onverstoorbaarheid zelf, loopt naar zijn slaapkamer, zet zijn hoed op - die altijd op het voeteneind van het bed lag - en gaat naar buiten met de mededeling : Nou Thijsse, dan gaan we eerst de hoofdkraan maar eens diochtdraaien.
Het zal verder met en sisser zijn afgelopen want de gashouder in Oostzaan is nooit verbrand
Al het gene dat resteert van de voormalige Gasfabriek is de directeurswoning, welk thans gewoon als particuliere woning functionneert.
Gasfabriek