Jan de Waal - Oostzaner                       
De eeuwigheid
Wat zullen we morgen eten ?
Kort geleden schreef ik in Kerkbuurten een stukje over de eeuwigheid. In dat stukje schreef ik dat de eeuwigheid lang is, heel erg lang. Ik dacht: hier krijg ik reactie op, maar nee hoor geen enkel commentaar. Het woord eeuwig en eeuwigheid is zo ingeburgerd dat niemand meer bij dat woord nadenkt. De bijbel staat vol over eeuwig leven, zo ook de psalmen en
gezangen. Ook de dominee haalt het in zijn of haar preken en gebeden regelmatig aan. Maar ik dacht: met het woord eeuwig leven staat en valt ons geloof. Bij preken over Jezus en God kunnen we ons nog wel iets voorstellen want we zijn opgevoed met de bijbel en het scheppingsverhaal. En ook de buitenkerkelijke mens gelooft over het algemeen wel dat er meer is tussen hemel en aarde. Maar met het eeuwig leven is het iets anders. Wij mensen (ik) kunnen ons, als we nadenken daar iets bij voorstellen, eeuwig is zonder einde. Als de aarde waarop wij wonen niet meer bestaat en de mensheid is uitgestorven, gaat de eeuwigheid en het eeuwig leven gewoon door. Eens over miljoenen jaren verliest de zon zijn kracht als de energie van de zon opraakt, dan verandert de aarde in een ijsbol. Of door de hitte in het binnenste van de aarde en de kou buiten explodeert de aarde.

Geen enkel leven is dan meer mogelijk, maar ook daarna gaat het eeuwig leven gewoon door zo leert ons de bijbel.
Ik denk we zouden wat vaker, als we het over de eeuwigheid hebben, moeten nadenken waar we het over hebben en wat
we ons daar bij moeten voorstellen. Het is om bang van te worden. Het zou goed zijn

God te vragen ons mensen meer inzicht te geven over het begrip eeuwig leven. Zelf kan ik (en ik denk meer mensen) me er geen voorstelling over maken. Kunt u die dit stukje leest dat wel?
Ik denk wel eens: oh, gelukkig de mens die verder niet nadenkt dan wat zullen we morgen eten? Snijbonen of sperziebonen met een speklapje of een biefstukje? En wat er later komt dat zien we dan wel weer.

Daar hebben we een dominee voor die heeft theologie gestudeerd en zal wel weten wat we van de eeuwigheid ons
moeten voorstellen. We houden ons maar bezig met wat zullen we morgen eten?
Ga ik met dit stukje wat te ver? Sorry dan.
Gerard de Klerk
 
Dat kerkblad van ons, het al jarenlange bestaande Kerkbuurten, wordt de laatste tijd steeds interessanter.En waarom ? Omdat er  enkelen in de gemeente zijn die  hun vragen of meningen aangaande geloofszaken nou eens eindelijk naar buiten brengen..
Voor de schijvers zelf is dat toch een zekere stap over de drempel, want je geeft je eigen twijfels, je eigen mening, weer.
Maar tegelijk - tenminste zo ervaar ik dat - is het een stap die er toe leidt dat anderen die dit lezen er wellicht over na gaan denken en misschien zo hun geloofsleven verruimen of verrijken.
En dat kan alleen maar goed zijn, want we leven tenslotte niet meer in de middeleeuen waar allen de pastoor wist wat juist was.
Vandaar dat ik de stukjes die meneer de Klerk schrijft zo waardeer.
Het zet je aan het denken, en in mijn geval leidt dat dan tot een reactie.
Leuk toch ?

Hier het artikel van meneer de Klerk
En hier mijn eigen-wijsheid.......
 
Nou was ik van plan om hier de foto neer te zetten waar ik het on mijn stukje over heb.
Die foto staat in een boekje, en dat boekje bevindt zich ergens.
De vraag is alleen waar dat 'ergens' is.
Zoeken dus.
Dan maar wolken.................


Eeuwig leven
In de laatste Kerkbuurten vroeg meneer de Klerk zich af wat hij zich moest voorstellen bij ‘de eeuwigheid’ en bij ‘eeuwig leven’.
Ik vind het moedig  dat hij z’n twijfel hierover  naar buiten brengt. Het zet je aan het denken - mij tenminste wel en ik hoop dat ook anderen die dit blad lezen hier dan over gaan nadenken. En dat er geen commentaar komt ? Ach dat zijn we niet gewend - een preek is tenslotte al eeuwenlang een monoloog.
Want wat moeten we ons voorstellen bij ‘de eeuwigheid’ en bij ‘eeuwig leven’ ?.
Ik ben zo eigenwijs om te denken dat ik daar wel wat over zeggen kan, ook al heb ik de wijsheid niet in pacht.

De meesten van ons hebben het beeld dat je bij het overlijden vanuit de tijd over gaat in de eeuwigheid.
Nou zijn er in de loop van de mensheid al miljarden mensen overleden welke zich thans in de eeuwigheid bevinden.
Dat wat wij de eeuwigheid noemen start dus niet bij het overlijden, maar is er gewoon.
En dan niet ver weg, nee het is er, gewoon om ons heen en in ons.
Het is wat ik noem een tweede werkelijkheid.
Laat ik uitleggen wat ik hier bedoel :
Wij leven  en nemen de werkelijk waar via onze zintuigen, we zien de wereld, we horen geluiden, we voelen of iets hard of wacht is, we proeven de smaak en we ruiken de geur van iets.
Via onze zintuigen kennen we  de werkelijkheid : de zintuiglijke werkelijkheid.

Maar dat is niet de enige werkelijkheid.
Er is ook een niet-zintuiglijke werkelijkheid.
Een werkelijkheid die er is, maar die we niet waarnemen - we mogen dat ‘’universum’’ noemen of zoals we in de christelijke kerk gewend zijn ‘’ de hemel’ : maar ook ‘de eeuwigheid’’.
En soms nemen we die niet-zintuigelijke werkelijkheid waar, niet via een van de zintuigen, maar rechtstreeks via de ziel, die dat dan doorgeeft aan het gevoel dat we hebben.
Voorbeeld ? Kort geleden zou Yvonne langskomen, maar ze kon plotseling niet.
Via een SMS’je  zei ze dat ze vanavond nog zou bellen.
Prima, dat vergeet je dan, de dag draait door en als ik ’s avonds een emmer naar de schuur breng komt ineens de vluchtige gedachte op ‘ Gut, Yvonne zou nog bellen’.
Ik zet de emmer in de schuur ga terug het huis in en mijn vrouw is aan de telefoon, want wie belt er op dat moment ?  juist, Yvonne.
Telepathie heet dat ; Yvonne concentreerde zich op mij en via die niet-zintuiglijke werkelijkheid kwam de boodschap ineens bij mij terecht.
Noemt u dit toeval ? Prima, dat mag, maar ik geloof daar niet in.
Ander voorbeeld : Ik was ongeveer 28 jaar en fietste elke dag naar mijn werk bij Elsevier. Met de pont over het IJ. En op de pont kreeg ik ineens uit het niets een beeld voor ogen van de foto welke gemaakt is op de Dam in mei 1945. Mensen schuilend achter een lantaarnpaal omdat er door de Duitsers nog geschoten werd vanuit een gebouw op de hoek van de Dam en de Kalverstraat.
Zomaar - een los beeld dat meteen weer verdwenen was ook.
In de loop van de dag wordt er op de afdeling een vijftal delen van de Winkler Pirns Encyclopedie bezorgd voor een van mijn collega’s.
We bekijken de boeken - ik pak een van de boeken en sla die open, en wat zie ik ? 
Juist, de foto van de Dam met de mensen  schuilend  voor kogels achter een lantaarnpaal.
Hoe wist die niet-zintuiglijke werkelijkheid ’s ochtends op de pont dat ik die middag die betreffende foto zou zien ?
Een wonderlijke voorspelling. Toeval ? Prima, dat mag, maar ik geloof daar niet in.
En zo zijn er nog wel meer voorbeelden.
Met dit alles wil ik alleen maar zeggen dat er méér is dan datgene wat we als zintuiglijke werkelijkheid kunnen waarnemen.
Er bestaat een niet-zintuiglijke werkelijkheid die we de eeuwigheid of  vanuit Christelijke optiek ‘de hemel’ noemen.
Om het eigentijds te zeggen : Zeker weten !
Nou ben ik nog niet toegekomen aan de vraag van meneer de Klerk over  eeuwig leven, maar dat komt de volgende keer dan wel.

Jan de Waal